Jongens en meisjes van 11 tot 15 jaar: de Scouts
Scouts, jongens en meisjes van 11 tot 15 jaar, ontplooien hun activiteiten op verschillende gebieden, zoals: ontdekken, buitenleven, expressie, sport en spel, enzovoort. Ligt bij de welpen en kabouters de nadruk vooral op het spelen, bij de scouts komt meer techniek om de hoek kijken. Bij de scouts worden activiteiten gedaan als tochtlopen, waarbij ze kaart- en kompastechnieken leren. Verder leren ze omgaan met bijlen en zagen, bouwen ze bijvoorbeeld vlotten of gaan ze pionieren (het maken van bouwwerken met hout en touw).
De scouts zijn onderverdeeld in patrouilles van 4 tot 7 jongens of meisjes, veel activiteiten doen ze samen met hun patrouille. Binnen de patrouille zijn er verschillende functies, zoals de patrouilleleider (PL) en de assistent patrouilleleider (APL). Zij verdelen de taken binnen de patrouille en zorgen ervoor dat opdrachten worden uitgevoerd. Verder zijn er nog de penningmeester en de materiaalmeester per patrouille.
Elk jaar wordt er voor de scouts de 'Kempische Ronde- en Patrouillewedstrijd' gehouden. Deze Keropawe is een wedstrijd om te bepalen welke ronde of patrouille het district mag vertegenwoordigen tijdens de Landelijke Scoutingwedstrijden.
De scouts gaan in de zomer een week op zomerkamp. Ze kamperen dan in een bos op een kampterrein, met vaak als enige voorziening een waterpomp of -kraan. De patrouillekeukens worden door de scouts zelf gebouwd van houten palen, touwen en een stuk zeildoek. Gedurende het hele kamp koken de patrouilles zelf op een gasstel of een houtvuur.
De scouts draaien vrijwel iedere zaterdag van 12:30 tot 15:30 uur.
